Scorito tips Vuelta 2026: renners, strategie en favorieten

Een Scorito-ploeg voor de Vuelta 2026 samenstellen begint dit jaar niet met een vraag, maar met een zekerheid. Tadej Pogačar kost liefst 8 miljoen euro. Veel geld, maar wat ons betreft hoef je daar geen seconde over na te denken. Pogačar is een absolute must. Daarna begint het puzzelen pas echt. Want achter de Sloveen moet je twintig plekken vullen met klassementsrenners, klimmers, sprinters en een paar goedkope parels. En juist daar valt het verschil te maken. Het parcours helpt alvast bij het maken van keuzes. De Vuelta telt zeven aankomsten bergop, twee individuele tijdritten en relatief weinig zekere massasprints. De bergen moeten daarom zwaar wegen in je selectie. Tegelijk zijn er met Wout van Aert en Mads Pedersen twee renners die op zoveel verschillende dagen kunnen scoren dat ook zij moeilijk te negeren zijn. Het is tijd voor de Voorjaarsklassiekers.be Scorito Tips Vuelta 2026 special!

Scorito tips Vuelta 2026

Tadej Pogačar – 8 miljoen, maar iedere euro waard

Acht miljoen euro. Bijna een vijfde van je volledige budget verdwijnt met één muisklik. Normaal gesproken zouden we daar een uitgebreide discussie tegenover zetten over rendement, spreiding en het gevaar van te veel geld uitgeven aan één renner.

Niet bij Tadej Pogačar.

Pogi is voor ons de absolute must-have van de Vuelta 2026. Zijn dominantie is inmiddels zo groot dat niet selecteren waarschijnlijk een groter risico vormt dan die acht miljoen uitgeven.

Het parcours maakt hem bovendien bijna de perfecte Scorito-renner. Hij kan de openingstijdrit in Monaco winnen, behoort in de lange tijdrit van etappe 18 tot de favorieten en krijgt tussendoor een opeenstapeling van aankomsten bergop voorgeschoteld. Daar komen zijn dagelijkse punten voor het algemeen klassement nog bovenop.

En dan is er nog het kopmanschap. Op meerdere bergetappes kun je de Sloveen met vertrouwen als kopman opstellen en daarmee zijn punten voor de etappe-uitslag verdubbelen.

Je koopt dus niet alleen de vermoedelijke winnaar van de Vuelta. Je koopt een renner die op een groot aantal dagen tot de grootste puntenpakkers kan behoren.

De acht miljoen? Meer dan waard.

Richard Carapaz – punten pakken op bijna iedere manier

Achter Pogačar is Richard Carapaz een van onze favoriete keuzes. De Ecuadoraan is gemaakt voor wielerpoules omdat hij nauwelijks één manier kent om punten te verdienen.

Hij kan een goed klassement rijden, bergetappes winnen, meesprinten om ereplaatsen en eventueel op jacht gaan naar het bergklassement. Bovendien arriveert hij in uitstekende vorm. Na twee ritzeges en de bergtrui in de Tour werd hij ook nog tweede in de Clásica San Sebastián.

Carapaz is niet de renner van wie je drie weken lang hoeft te hopen dat hij braaf zesde wordt. Hij koerst. En juist in de grillige Vuelta levert dat vaak punten op.

Felix Gall – een van de beste klimmers van het veld

Wie zijn ploeg rond de bergen bouwt, komt vanzelf bij Felix Gall terecht. De Oostenrijker werd tweede in de Giro en won vlak voor de Vuelta de Ronde van Burgos.

Met zoveel zware aankomsten bergop is Gall een logische keuze. Zijn nadeel zijn de tijdritten, waarin hij waarschijnlijk tijd verliest op Pogačar en enkele andere klassementsrenners. Daar staat tegenover dat hij op de zwaarste bergetappes bijna iedere keer bij je negen opgestelde renners kan staan.

Gall hoeft deze Vuelta niet overal goed in te zijn. Als hij bergop doet wat hij de afgelopen maanden heeft gedaan, volgen de punten vanzelf.

Oscar Onley – misschien wel dé klassementspick achter de Sloveense Kannibaal

Oscar Onley staat bij ons hoog op het verlanglijstje. De jonge Brit werd in 2025 al vierde in de Tour en lijkt precies op tijd weer zijn beste niveau te vinden.

In de Ronde van Burgos won hij een etappe en eindigde hij als tweede in het klassement. Bovendien begint hij fris aan de Vuelta en is hij bij INEOS een van de belangrijkste mannen voor het algemeen klassement.

Daar komt nog een interessant Scorito-detail bij: Onley kan ook de witte jongerentrui winnen. Wie hem selecteert, koopt dus niet alleen een klimmer, maar een renner die via meerdere klassementen punten kan verzamelen.

Als zijn prijs duidelijk onder die van de absolute toppers ligt, is Onley een van de aantrekkelijkste keuzes van het spel.

Mattias Skjelmose – drie weken lang punten sprokkelen

Mattias Skjelmose is misschien niet de eerste naam waar je enthousiast op klikt. Precies daarom kan hij zo interessant zijn.

De Deen werd zesde in de Tour en combineert een goed klimniveau met een uitstekende tijdrit. Dat laatste is in deze Vuelta belangrijk: waar veel klimmers in etappe 18 vooral schade proberen te beperken, kan Skjelmose juist punten pakken.

Hij is het prototype renner dat drie weken lang blijft sprokkelen. Top tien in een bergrit, een goede tijdrit, hoog in het algemeen klassement. Niet spectaculair, wel bijzonder effectief.

Wout van Aert – bijna te veelzijdig om thuis te laten

De Vuelta heeft weinig pure sprintetappes. Dat maakt Wout van Aert juist interessanter.

Van Aert hoeft niet op biljartvlak asfalt te wachten. Hij kan sprinten, heuvelritten aan, vanuit een vlucht winnen en onderweg punten verzamelen. Zijn vorm lijkt bovendien uitstekend: in Denemarken won hij drie ritten én het eindklassement.

De aanwezigheid van Matthew Brennan betekent dat Van Aert niet iedere sprint volledig voor zichzelf zal hebben. Maar daar staat tegenover dat hij in veel meer etappes inzetbaar is dan vrijwel iedere pure sprinter.

Wij zouden hem meenemen.

Mads Pedersen – laat je niet afschrikken door zijn uitspraken

Mads Pedersen heeft aangegeven dat de groene trui niet per se zijn grote doel is. Voor Scorito vinden wij dat geen reden om hem links te laten liggen.

Integendeel.

Pedersen krijgt een parcours dat bijna voor hem getekend lijkt. De concurrentie in de pure sprint is kleiner dan in de Tour en veel finales zijn juist zwaar genoeg om een aantal snellere sprinters kwijt te raken.

Hij kan sprinten na een zware koers, heuvelritten overleven en eventueel vanuit een kleinere groep winnen. Daardoor kan Pedersen op veel meer dagen punten pakken dan een traditionele sprinter.

Van Aert én Pedersen nemen betekent een flinke hap uit je budget. Maar gezien het beperkte aantal pure sprintkansen zouden wij liever geld steken in deze twee alleskunners dan in een hele batterij sprinters.

Matthew Brennan – luxeprobleem bij Visma

Matthew Brennan is een moeilijkere keuze. Qua pure snelheid behoort hij tot de interessantste sprinters van het veld en op zijn beste dagen kan hij ook behoorlijk wat klimwerk verwerken.

Het probleem heet Wout van Aert. Visma beschikt daarnaast ook nog over Christophe Laporte. Daardoor is vooraf niet iedere sprintdag automatisch voor Brennan.

Zijn prijs wordt beslissend. Is Brennan duidelijk goedkoper dan Van Aert en Pedersen, dan is hij interessant. Zit hij qua prijs dicht bij die twee, dan geven wij de voorkeur aan de veelzijdigheid van Van Aert en Pedersen.

Orluis Aular – interessant voor de sprintplaatsen

Niet iedere sprinter hoeft etappes te winnen om interessant te zijn. Orluis Aular is daar een goed voorbeeld van.

Aular is sterk in positioneren en kan regelmatig rond de vijfde tot tiende plaats eindigen. Bovendien verteert hij heuvels beter dan veel pure sprinters. Op een parcours waarop de vlakke ritten zelden écht vlak zijn, is dat een belangrijk voordeel.

Als zijn prijs vriendelijk is, zien wij in Aular een uitstekende manier om sprintpunten te verzamelen zonder miljoenen uit te geven aan nóg een topsprinter.

Matthew Riccitello – ideale Scorito-schaduwkopman

Matthew Riccitello werd vorig jaar vijfde in de Vuelta en won de jongerentrui. Toch zal hij door de aanwezigheid van Felix Gall waarschijnlijk niet als eerste kopman aan deze editie beginnen.

Voor Scorito hoeft dat helemaal geen probleem te zijn.

UAE zal met Pogi veel bergetappes controleren. Voor Riccitello kan het daardoor simpelweg zaak zijn om zo lang mogelijk te volgen. Hij kan in de schaduw van Gall opnieuw richting de top tien rijden en doet bovendien mee voor het jongerenklassement.

Vooral wanneer zijn prijs zijn rol als tweede man weerspiegelt, kan hier veel waarde zitten.

Sepp Kuss, Jørgen Nordhagen of Ben Tulett?

Visma brengt naast zijn snelle mannen ook een interessant blok klimmers mee. Sepp Kuss, Jørgen Nordhagen en Ben Tulett kunnen allemaal punten opleveren, maar wij zouden niet automatisch alle drie selecteren.

Kuss heeft de ervaring en won deze ronde in 2023. Nordhagen is een van de grootste klimtalenten van het peloton en Tulett kan eveneens ver komen wanneer hij ruimte krijgt.

Hier wordt de prijs doorslaggevend. Kuss biedt de meeste zekerheid, Nordhagen wellicht de grootste upside per euro. Wie geld nodig heeft om Pogačar, Van Aert of Pedersen te kunnen betalen, kan juist bij zo’n jongere Visma-klimmer waarde vinden.

Marco Brenner – vorm, vrijheid en potentieel

Marco Brenner is een naam die we graag in onze selectie terugzien. De Duitser komt uitstekend uit de Ronde van Polen en behoort tot de renners met de beste recente vorm richting de Vuelta.

Brenner kan klimmen, aanvallen en op lastige dagen zijn eigen kans zoeken. Hij hoeft bovendien niet drie weken lang een klassement te verdedigen om waardevol te zijn.

Juist dat maakt hem interessant als middenprijzer: een renner die je op meerdere lastige dagen kunt opstellen en die vanuit een vlucht zomaar een enorme score kan neerzetten.

Finn Fisher-Black – een echte dark horse

Een van onze favoriete keuzes iets verder onder de radar is Finn Fisher-Black.

De Nieuw-Zeelander kan tijdrijden, punchen, klimmen en sprinten vanuit een uitgedunde groep. Zijn recente resultaten in Polen wijzen bovendien op een stijgende vormcurve.

Zijn zwakke punt is duidelijk: in grote rondes kwam zijn veelzijdigheid er tot dusver zelden volledig uit. Maar als de prijs laag genoeg is, hoeft dat geen probleem te zijn.

Fisher-Black is precies het soort renner waarmee je een ploeg onderscheidend maakt zonder enorme risico’s te nemen.

Iván Romeo – misschien wel het koopje van de Vuelta

Schrijf ook Iván Romeo op.

De jonge Spanjaard kan aanvallen en lastige etappes aan, maar beschikt vooral over een wapen dat hem in deze Vuelta extra interessant maakt: zijn tijdrit.

Romeo werd wereldkampioen tijdrijden bij de beloften en liet recent in Polen opnieuw zien dat hij tegen de klok uit de voeten kan. Daardoor heeft hij kansen in zowel de korte openingstijdrit in Monaco als de langere tijdrit richting Jerez.

Combineer dat met vrijheid in overgangsritten en je krijgt een renner die voor een relatief lage prijs op verrassend veel dagen bruikbaar kan zijn.

Filippo Zana en Lorenzo Fortunato – Italiaanse puntenzoekers

Wie nog klimmers in de middenmoot van zijn budget zoekt, moet Filippo Zana en Lorenzo Fortunato bekijken.

Zana kan een klassement ergens tussen plek tien en twintig combineren met aanvallen in bergetappes. Door de onzekerheid rond Mikel Landa kan hij bovendien behoorlijk wat vrijheid krijgen.

Fortunato is vooral interessant voor de bergen. In een Vuelta met zoveel klimwerk liggen er kansen vanuit ontsnappingen en ook het bergklassement kan interessant worden. Dat maakt hem aantrekkelijker dan een doorsnee knecht die iedere dag bij zijn kopman blijft.

Magnus Cort – spotgoedkoop en gemaakt voor dit parcours

En dan Magnus Cort. Misschien wel een van de leukste budgetkeuzes van deze Vuelta.

De Deen rijdt zijn laatste seizoen en keert voor het eerst sinds 2021 terug naar de ronde waarin hij in het verleden bijzonder succesvol was. Het parcours biedt precies de ritten waar Cort van houdt: sprints van uitgedunde groepen, heuvelritten en dagen waarop de vlucht om de zege mag rijden.

Binnen Uno-X krijgt hij bovendien alle vrijheid.

Verwacht geen renner die iedere dag punten scoort. Maar voor een lage prijs koop je wel iemand die op meerdere dagen daadwerkelijk een etappe kan winnen. Dat is precies het soort gok dat ruimte creëert voor je dure kopmannen.

Kaden Groves – voor ons voorlopig niet

Bij Kaden Groves zijn we een stuk terughoudender.

Normaal gesproken is de Australiër een ideale Vuelta-renner. Hij sprint goed, kan heuvels overleven en heeft bewezen drie weken lang punten te verzamelen. Maar zijn seizoen werd verstoord door knieproblemen en een zware val in de Giro.

Daar komt bij dat zijn ploeg weinig ondersteuning voor de sprint meeneemt en Van Aert en Pedersen stevige concurrentie vormen.

Alleen wanneer Scorito hem opvallend goedkoop heeft gemaakt, zouden we hem overwegen. Anders steken we dat geld liever ergens anders in.

En Jay Vine dan?

Jay Vine is verleidelijk. Hij kan fantastisch klimmen, heeft al tweemaal de bergtrui in de Vuelta gewonnen en kan vanuit een ontsnapping een bergetappe domineren.

Maar hij blijft voor Scorito een risicovolle keuze. Bij UAE staat alles in het teken van de wereldkampioen en het is onzeker hoeveel vrijheid Vine daadwerkelijk krijgt. Bovendien is zijn rendement sterk afhankelijk van zijn rol in de koers.

Wie graag gokt op het bergklassement kan hem meenemen. Voor onze ideale selectie zoeken we liever iets meer zekerheid.

Hoeveel sprinters neem je mee?

We zouden deze Vuelta niet vol inzetten op sprinters. Daarvoor zijn er simpelweg te weinig zekere massasprints.

Onze voorkeur gaat uit naar renners die ook punten kunnen pakken wanneer het onderweg lastig wordt. Daarom staan Van Aert en Pedersen duidelijk bovenaan. Daarna komen namen als Brennan, Aular en Jordi Meeus in beeld.

Drie of vier sprintgerichte renners is voldoende. Het uitgespaarde geld investeren we liever in klimmers en klassementsmannen.

Onze must-haves voor Scorito Vuelta 2026

Als we onze selectie nu zouden moeten bouwen, beginnen we zonder twijfel bij Tadej Pogačar. Acht miljoen of niet: zijn dominantie, het parcours en de hoeveelheid mogelijke kopmandagen maken hem de belangrijkste renner van het spel.

Daarna kijken we nadrukkelijk naar Richard Carapaz, Felix Gall en Oscar Onley voor het klassement. Mattias Skjelmose is interessant vanwege zijn combinatie van klimmen en tijdrijden.

Voor de snelle dagen willen we het liefst Wout van Aert en Mads Pedersen. Niet omdat deze Vuelta zoveel sprintetappes telt, maar juist omdat zij ook punten kunnen pakken wanneer de koers te zwaar wordt voor de pure sprinters.

Vervolgens begint het echte Scorito-werk. Renners als Matthew Riccitello, Marco Brenner, Finn Fisher-Black, Iván Romeo, Filippo Zana, Lorenzo Fortunato en Magnus Cort kunnen de puzzel betaalbaar maken én het verschil met andere deelnemers opleveren.

Want Pogačar kiezen is dit jaar niet moeilijk. De kunst is om na die acht miljoen nog negentien goede renners over te houden.