Klassiekerspel 2026 tips: wie rijdt de meeste koersen?
In het Scorito Klassiekerspel 2026 win je zelden met alleen de mooiste namen. Je wint met renners die er “altijd” zijn: mannen die van Omloop tot Roubaix telkens weer opduiken, omdat ze simpelweg veel starten. Dekking is je stille superkracht. Niet elke koers hoeft een meesterwerk te zijn; als een renner acht, negen, tien keer in jouw voorjaar op de startlijst staat, dan stapelen de kansen zich op als kasseien onder je wielen. Lees de beste Klassiekerspel 2026 tips!

De wet van het Klassiekerspel: dekking is puntenkans
Met een kalender vol afspraken en maar een paar momenten om te wisselen, voelt het voorjaar als een lang boek: je wil hoofdpersonen die in veel hoofdstukken terugkeren. Daarom zijn “veelkoersen-renners” zo waardevol. Ze geven je ploeg ritme, rust en kansen, ook op dagen dat de koers alle kanten op schiet.
De Vlaamse dekking: de mannen die bijna overal staan
Als je puur kijkt naar wie zijn voorjaar het breedst afdekt, dan komt Tim Wellens naar voren als het archetype van de alleseter. Zijn kalender tikt er 10 aan: Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne–Brussel–Kuurne, Strade Bianche, Danilith Nokere Koerse, Milano–Sanremo, E3 Saxo Classic, Gent–Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, Ronde van Vlaanderen, Paris–Roubaix. Zo’n renner is geen gok, maar een fundament.
In dezelfde categorie “veel koersen, veel momenten” schuift Christophe Laporte mee. Ook hij dekt het hele verhaal van februari tot april, met 9 afspraken: Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne–Brussel–Kuurne, Ename Samyn Classic, Milano–Sanremo, E3 Saxo Classic, Gent–Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, Ronde van Vlaanderen, Paris–Roubaix. Dit is het soort klassieke machine dat je team dicht smeert, omdat hij niet één piekdag nodig heeft om punten te pakken — hij heeft er gewoon véél.
Dan heb je renners die volume combineren met het gevoel dat er ook écht iets groots kan gebeuren. Arnaud De Lie past in die mal: 8 keer op de kaart, met Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne–Brussel–Kuurne, GP de Denain, Ronde van Brugge, Gent–Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, Ronde van Vlaanderen, Paris–Roubaix. Vol genoeg om je wissels te sparen, met genoeg kansen om een keer raak te schieten.
En er zijn de werkpaarden die misschien niet elke week de krantenkoppen halen, maar in Scorito-termen goud waard kunnen zijn omdat ze vaak aan de start staan en vaak “net daar” eindigen. Gianni Vermeersch tikt er 9 af: Omloop Het Nieuwsblad, Ename Samyn Classic, Strade Bianche, Danilith Nokere Koerse, GP de Denain, E3 Saxo Classic, Gent–Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, Ronde van Vlaanderen. Dat is precies die continuïteit waar je ploeg rustig van wordt.
Klassiekerspel 2026 tips – Sprinters met spreiding: punten pakken buiten het pure sprintwerk
Bij sprinters denk je al snel aan pure vlakke koersen, maar juist daar zit soms de verborgen Scorito-magie. Jasper Philipsen staat op 8 afspraken: Omloop Het Nieuwsblad, Danilith Nokere Koerse, Milano–Sanremo, Ronde van Brugge, Gent–Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, Scheldeprijs, Paris–Roubaix. Het is het type voorjaar waarin je niet alleen op één sprintdag leunt, maar op een hele ketting van kansen.
Jasper Stuyven is dan weer een ander type zekerheid: niet de sprint, maar het koersinstinct dat hem vaak lang in het verhaal houdt. Zijn programma bevat 7 afspraken: Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne–Brussel–Kuurne, Milano–Sanremo, E3 Saxo Classic, Gent–Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, Paris–Roubaix. Minder “vulkoersen”, maar wel vaak genoeg present op precies de dagen waar je punten wil verzamelen.
Sterren met minder starts: minder volume, meer rode cirkels
En dan zijn er de sterren die misschien mínder koersen rijden, maar wiens kalender voelt als een reeks rode cirkels. Wout van Aert komt uit op 6 voorjaarsafspraken: Omloop Het Nieuwsblad, Ename Samyn Classic, Strade Bianche, Milano–Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Paris–Roubaix. Minder startdagen dan de echte veelvraten, maar als hij op die zondagen losgaat, kan één naam je hele voorjaar dragen.
In dezelfde lijn past Stefan Küng, de man van de lange adem en de kasseienlogica. Zijn programma komt op 6: Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne–Brussel–Kuurne, E3 Saxo Classic, Dwars door Vlaanderen, Ronde van Vlaanderen, Paris–Roubaix. Niet de meest flamboyante, wel vaak aanwezig, en het soort renner dat in zware koersdagen verrassend regelmatig in de buurt van de punten eindigt.

Ardennen en heuvels: wie houdt je ploeg “doorlopend” na Roubaix?
Het helpt om je voorjaar in hoofdstukken te lezen. Het Vlaamse blok vraagt om mannen die van duwen, wringen en positioneren leven. Maar zodra de koers naar de Ardennen schuift, veranderen de regels en komen andere profielen naar voren. Thomas Pidcock is zo’n renner die het voorjaar breed kan kleuren, met 10 afspraken: Vuelta a la Región de Murcia, Clásica Jaén, Omloop Het Nieuwsblad, Strade Bianche, Milano–Torino, Milano–Sanremo, De Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Waalse Pijl, Luik–Bastenaken–Luik. Dat is een kalender die de seizoenslijn langer maakt.
In dat heuvelluik vind je ook renners die met volume en specialisme tegelijk scoren, zoals Benoît Cosnefroy. Zijn programma tikt 8 koersen aan: Faun-Ardèche Classic, Faun Drôme Classic, De Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Waalse Pijl, Luik–Bastenaken–Luik, GP du Morbihan, Tro-Bro Léon. Een renner die niet per se één Monument nodig heeft om waarde te zijn, omdat hij op meerdere zondagen “goed genoeg” kan zijn.
En als je daar een pure hoofdrolspeler zoekt, dan blijft Remco Evenepoel het type renner dat misschien niet de meeste koersen rijdt, maar wél de koersen waar één uitslag je score kan kantelen. Zijn voorjaar in dit blok: Amstel Gold Race, Waalse Pijl, Luik–Bastenaken–Luik — drie dagen waarop je ploeg in één klap naar een andere stand kan schieten.
Klassiekerspel 2026 tips – Tot slot: check je planning vlak voor de deadline
De laatste les is de meest onromantische, maar in Scorito vaak de beslissende: het voorjaar is een fragiele machine. Programma’s schuiven, renners vallen, ploegen hertekenen plannen. Dus bouw je kern rond renners met veel startdagen, maar houd altijd een beetje ruimte voor de realiteit van februari en maart — want de lijst met wie “de meeste koersen rijdt” is pas écht definitief als de startlijsten dichtklappen.