De laatste Sporza Wielermanager en Scorito tips Giro 2026 – versla je vrienden!
De Giro d’Italia 2026 staat op het punt van beginnen. Nog één keer schuiven met je budget, nog één keer twijfelen tussen zekerheid en bravoure, nog één keer die goedkope klimmer aanklikken die in je hoofd al lang de ontdekking van de ronde is. Dit is de laatste last-minute tips update voor de start van de Giro: voor iedereen die nog sleutelt aan zijn ploeg in Sporza Wielermanager, Scorito of een andere wielerpool. Andiamo!

De laatste Sporza Wielermanager en Scorito tips Giro 2026 – zo bouw je jouw ploeg voor de strijd om roze
De Giro d’Italia is nooit zomaar een grote ronde. Het is drie weken rekenen, twijfelen, vloeken en hopen. Drie weken waarin een renner van vijf ton ineens je geheime wapen kan zijn, waarin een sprinter na zeven dagen naar huis kan gaan en waarin een klassementsman zonder ritzege toch stilletjes meer punten sprokkelt dan de held van één middag.
Voor Scorito-spelers is deze Giro 2026 extra interessant. Jonas Vingegaard lijkt de grote naam voor het roze, maar achter hem ligt een breed veld van klimmers, tijdrijders, vluchters en sprinters die allemaal op hun eigen manier waarde kunnen hebben. De kunst is dus niet alleen om de beste renners te kiezen, maar vooral om de juiste balans te vinden: zekerheid tegenover avontuur, dure kopmannen tegenover goedkope parels, sprinters tegenover mannen voor het klassement.
Wie alleen naar namen kijkt, wordt al snel arm. Wie naar rollen kijkt, vindt punten.
Scorito tips Giro 2026 – de basis van je ploeg
De eerste vraag is simpel: durf je om Jonas Vingegaard heen? Waarschijnlijk niet. De Deen is de topfavoriet voor het algemeen klassement en in Scorito-termen dus een renner die bijna vanzelf punten moet gaan stapelen. Niet alleen via het klassement, maar ook via ritten, leiderstruien en mogelijke bonificaties. Het nadeel is duidelijk: hij kost veel. Wie Vingegaard kiest, moet elders creatief zijn.
Daarom wordt deze Giro vooral beslist in de middenklasse en onderin je ploeg. Daar zitten de mannen die niet meteen bovenaan elk favorietenlijstje staan, maar wel vaak genoeg in beeld kunnen komen. Denk aan klassementsmannen met een gunstige prijs, sprinters die meer dan één kans krijgen, jonge renners die meedoen voor de witte trui en aanvallers die precies weten wanneer de Giro even zijn adem inhoudt.
Een goede Giro-ploeg heeft dus drie lagen. Bovenin één of twee zekere puntenmachines. Daaronder renners die drie weken lang kunnen blijven scoren. En onderin goedkope namen die niet alleen knecht zijn, maar ook zelf ergens een uitslag kunnen rijden.
Scorito tips Giro 2026 per ploeg
Bij Alpecin-Deceuninck draait bijna alles om Kaden Groves. Zijn voorjaar was niet vlekkeloos, maar in grote rondes is hij vaak een betrouwbare puntenrenner. Belangrijker nog: de ploeg lijkt grotendeels rond zijn sprintkansen gebouwd. Wie Groves te duur of te onzeker vindt, kan in de goedkopere regionen kijken naar Edward Planckaert, een slimme koerslezer die vanuit kleinere groepen of ontsnappingen nog wat kan sprokkelen.
Bij Bardiani CSF 7 Saber moet je geen wonderen verwachten. Enrico Zanoncello is de meest logische sprinteropvuller, maar het plafond lijkt beperkt. Wie echt goedkoop wil gokken, kan kijken naar aanvallers of bergpuntensprokkelaars, maar dit is vooral een ploeg waar je niet te lang in moet blijven hangen.
Bij Decathlon CMA CGM zijn er twee interessante sporen. Felix Gall is de klassementsman: degelijk, voorbereid en in staat om drie weken lang mee te doen. Hij heeft alleen geen grote tijdrit en geen sprint, waardoor zijn prijs goed gewogen moet worden. Tobias Lund Andresen is spannender voor de sprintdagen en heuvelachtige aankomsten. Hij kan veel punten pakken, maar vraagt ook een flink deel van je budget.
Bij EF Education-EasyPost is voorzichtigheid geboden. Er is geen duidelijke must-have. Madis Mihkels kan interessant worden als hij goedkoop genoeg is en daadwerkelijk sprintkansen krijgt, terwijl Michael Valgren en Samuele Battistella vooral namen zijn voor wie graag gokt op ontsnappingen. Maar dit is geen ploeg waar je blind in moet investeren.
Bij Groupama-FDJ ligt Paul Penhoët voor de hand als goedkope sprinter die ook op iets lastigere dagen nog kan overleven. Rémi Cavagna kan interessant zijn vanwege de tijdritkilometers, maar dan moet je hem ook echt durven opstellen op de juiste dagen. Voor de rest is het vooral zoeken naar vluchters.
Bij INEOS wordt het interessant. Egan Bernal is aantrekkelijk geprijsd en rijdt weer met vuur. Hij is misschien niet meer de onaantastbare Tourwinnaar van vroeger, maar juist daarom interessant: hij kan klassement rijden én aanvallen als dat nodig is. Thymen Arensman heeft top-tienpotentie, maar is prijziger. Filippo Ganna is bijna een garantie op tijdritpunten, maar lastig in je etappeselectie. Ben Turner en Magnus Sheffield zijn de namen voor wie zoekt naar waarde en verschil.
Bij Jayco AlUla springt Ben O’Connor eruit als klassementsman met aanvalslust. Voor zijn prijs kan hij aantrekkelijk zijn, zeker als hij niet alleen voor een plek in het klassement rijdt maar ook ritten gaat zoeken. Andrea Vendrame is een sluwe Scorito-naam: geen pure sprinter, geen pure klimmer, maar precies zo’n renner die in lastige overgangsetappes ineens punten pakt.
Bij Lotto-Intermarché hangt veel af van het vertrouwen in Arnaud De Lie. Zijn klasse staat buiten kijf, maar zijn voorjaar en programma maken hem riskant. Als hij maar een deel van de Giro rijdt, wordt hij al snel een dure gok. Lennert Van Eetvelt is goedkoper en interessanter als verschilmaker, maar ook daar kleeft onzekerheid aan.
Bij Lidl-Trek kom je bijna automatisch uit bij Jonathan Milan. Hij is de grote sprintnaam, rijdt voor het paars en kan vanaf de eerste etappe al punten pakken. Voor veel Scorito-spelers voelt hij als een must-have. Giulio Ciccone is het romantische alternatief: geen klassementsdwang, maar jagen op ritten, bergpunten en Italiaanse glorie. Dat kan in Scorito juist heerlijk renderen.
Bij Movistar is Einer Rubio de veilige keuze. Hij rijdt zelden spectaculair, maar is in de Giro vaak betrouwbaar. In dezelfde prijsklasse heeft hij stevige concurrentie, maar wie stabiliteit zoekt kan hem overwegen. Javier Romo is dan weer de goedkope vondst: aanvallend, vormvast en interessant als opvuller met upside.
Bij NSN Cycling is Alessandro Pinarello een naam om serieus naar te kijken. Jong, goedkoop, Italiaans en kansrijk voor het jongerenklassement. Hij liet dit jaar al zien dat hij meer is dan alleen een belofte. Ethan Vernon is de sprintersoptie, maar daar speelt de vraag of hij genoeg kansen krijgt en hoe de ploeg de sprintrollen verdeelt.
Bij Q36.5 is het allemaal wat dunner. Chris Harper kan vanuit de aanval iets forceren, maar is geen zekerheid. Matteo Moschetti heeft sprintkansen, zeker op Italiaanse wegen, maar voelt prijzig voor wat hij in grote rondes tot nu toe heeft laten zien. Hier zit eerder een gok dan een bouwsteen.
Bij Team Polti VisitMalta lijkt Giovanni Lonardi een logische sprinteropvuller, maar voor zijn prijs zijn er waarschijnlijk betere opties. Wie toch in deze ploeg wil zoeken, kan naar Ludovico Crescioli kijken als jonge Italiaan met vorm en aanvalslust. Maar ook hier geldt: geen ploeg om je selectie op te bouwen.
Bij Red Bull-BORA-hansgrohe is Giulio Pellizzari bijna niet te negeren. Jongerenklassement, aankomsten bergop, Italiaanse bravoure en mogelijk een vrije rol naast de kopmannen: dat is precies Scorito-goud. Jai Hindley is interessanter dan zijn uitslagen van dit voorjaar doen vermoeden. Hij weet hoe je een Giro rijdt en kan als schaduwkopman veel waarde hebben.
Bij Soudal Quick-Step krijgt Filippo Zana een grote kans. Door het wegvallen van de oorspronkelijke kopman ligt er ruimte voor eigen ambities. Zijn vorm in de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik maakt hem interessant, zeker voor zijn prijs. Paul Magnier is de sprintersgok: snel, talentvol, maar nog niet helemaal bewezen in een grote ronde.
Bij Bahrain Victorious is Santiago Buitrago een degelijke klassementsoptie met een beter eindschot dan veel andere klimmers. Hij won al Giro-ritten en kan op meerdere manieren scoren. Alec Segaert is door zijn tijdritcapaciteiten interessant, zeker met een lange tijdrit in het parcours. Afonso Eulálio is de naam voor wie een onbekendere parel zoekt.
Bij Team Picnic-PostNL is het vertrouwen broos. Max Poole is talentvol, maar zijn fitheid is onzeker. Casper van Uden kan sprintpunten pakken als hij goed gepositioneerd wordt, maar het blijft de vraag hoeveel kansen de ploeg echt kan verzilveren. Geen ploeg vol zekerheden dus.
Bij Tudor zijn er juist meerdere aantrekkelijke opties. Michael Storer is gunstig geprijsd, klimt goed en kan voor een klassement gaan. Mathys Rondel is de jonge Franse groeibriljant die in 2026 steeds nadrukkelijker op de deur klopt. Dit is zo’n ploeg waar Scorito-spelers graag waarde vinden.
Bij Visma-Lease a Bike is Jonas Vingegaard het vertrekpunt. Daarachter is Davide Piganzoli interessant door zijn Giro-ervaring, jonge leeftijd en mogelijke teampunten. Sepp Kuss is een geweldige renner, maar voor Scorito mogelijk te duur als hij vooral in dienst van Vingegaard rijdt.
Bij UAE Team Emirates-XRG is Jay Vine misschien wel een van de spannendste picks. Hij kan klimmen, tijdrijden en vanuit verschillende scenario’s punten pakken, zolang hij op de fiets blijft. Adam Yates is de klassementsman met ervaring en vorm, terwijl António Morgado als goedkope UAE-renner een verleidelijke gok is. Bij namen als Marc Soler, Igor Arrieta, António Morgado en Jan Christen draait het vooral om de vraag: wanneer zet je ze in?
Bij Unibet Rose Rockets kijkt iedereen naar Dylan Groenewegen, maar hij is geen automatische must-have. Als hij goed wordt gebracht, kan hij winnen. Maar zijn klimbenen, grilligheid en vermoedelijk beperkte strijd om de puntentrui maken hem prijzig. Lukás Kubis is misschien subtieler: minder naam, maar interessant op dagen die net te zwaar zijn voor de pure sprinters.
Bij Uno-X Mobility is Johannes Kulset een mooie goedkope klassementsgok. Hij is jong, krijgt ruimte en kan ook via het jongerenklassement waarde pakken. Andreas Leknessund is de aanvallende optie met tijdritbenen, terwijl Erlend Blikra als sprinter minder overtuigt voor zijn prijs.
Bij XDS Astana is Christian Scaroni de naam die blijft hangen. Aanvallend, heuvelvast, vorm getoond in de Ardennen en geschikt voor overgangsetappes. Guillermo Thomas Silva is een heerlijke Scorito-gok: snel, punchy en goedkoop. De vraag is alleen hoeveel sprintkansen hij krijgt naast de andere snelle mannen.

5 Scorito tips Giro 2026 volgens Voorjaarsklassiekers.be
Naast de grote namen zijn er altijd van die renners die een Giro-pool kleur geven. Geen vanzelfsprekende kopmannen, geen namen die iedereen blind aanklikt, maar renners die precies in het gat tussen prijs, rol en potentieel vallen. Dit zijn vijf outtakes van de redactie van Voorjaarsklassiekers.be.
1. Alessandro Pinarello
Alessandro Pinarello is zo’n naam waar Scorito-spelers van gaan glimlachen. Jong, Italiaans, goedkoop en met vrijheid in de bergen. Bij NSN Cycling hoeft hij niet de hele koers in dienst te rijden van een grote kopman, waardoor hij ruimte krijgt om zelf zijn Giro te maken. Dat is belangrijk, want Pinarello heeft dit seizoen al laten zien dat hij meer is dan een belofte op papier.
Zijn grootste waarde zit in de combinatie van klassementsmogelijkheden en jongerenklassement. Hij hoeft geen top vijf te rijden om interessant te zijn; als hij lang blijft hangen, af en toe punten pakt in bergritten en meedoet om wit, dan kan hij zijn prijskaartje snel overstijgen. Dit is precies het soort renner dat je niet kiest voor de glorie van vandaag, maar voor het stille rendement van drie weken.
2. Johannes Kulset
Johannes Kulset is misschien geen naam die meteen door de kroeg galmt, maar in Scorito-termen is hij bijzonder interessant. De jonge Noor krijgt bij Uno-X Mobility de kans om voor een klassement te rijden en dat alleen al maakt hem aantrekkelijk. Een goedkope renner met een duidelijke rol is in een grote ronde vaak meer waard dan een bekendere naam zonder vrijheid.
Kulset hoeft niet spectaculair te zijn om nuttig te worden. Als hij bergrit na bergrit rond de betere klimmers blijft hangen, kan hij langzaam maar zeker punten sprokkelen. Bovendien doet ook hij mee in het jongerenklassement, wat hem extra interessant maakt. Geen renner voor vuurwerk op dag één, wel een renner die in week drie ineens veel verstandiger blijkt dan hij vooraf leek.
3. Filippo Zana
Filippo Zana is een Giro-renner in alles. Italiaan, punchy, koershard en met een verleden in deze ronde. Hij won al eens een rit, reed al eens een degelijk klassement en krijgt nu bij Soudal Quick-Step ruimte om zijn eigen koers te rijden. Dat maakt hem voor Scorito bijzonder bruikbaar.
Zana is geen pure klassementsman en ook geen pure rittenkaper. Hij zit precies tussen die werelden in. En juist daar liggen in de Giro vaak de punten. Op dagen waarop de klassementsmannen naar elkaar kijken en de sprinters al lang gelost zijn, kan Zana toeslaan. Zijn vorm in de Ardennen geeft vertrouwen. Dit is geen exotische gok, maar een verstandige keuze met Italiaanse ziel.
4. Alec Segaert
Alec Segaert is geen naam voor romantici die alleen naar bergetappes kijken, maar juist daarom interessant. De Belg heeft een sterke tijdrit in de benen en deze Giro bevat genoeg kilometers tegen de klok om dat serieus mee te nemen. In Scorito worden tijdritpunten soms onderschat, maar een goede uitslag in zo’n discipline kan net het verschil maken.
Bij Bahrain Victorious hoeft Segaert niet de hele ronde te dragen. Dat kan een voordeel zijn. Hij kan mikken op zijn momenten, vooral in de tijdrit, en daarnaast in dienst rijden zonder volledig uit beeld te verdwijnen. Wie zijn ploeg alleen vult met klimmers en sprinters, mist soms dit soort specialistische waarde. Segaert is geen alleskunner voor elke etappe, maar wel een renner met een duidelijke route naar punten.
5. Mathys Rondel
Mathys Rondel is de naam voor wie graag iets eerder instapt dan de rest. Frankrijk kijkt massaal naar Paul Seixas, maar Rondel rijdt ondertussen ook een seizoen waarin hij telkens een stapje hoger klimt. Bij Tudor zit hij bovendien in een ploeg waar ruimte is voor jonge klassementsambitie, naast de meer ervaren Michael Storer.
Rondel is interessant omdat zijn ontwikkeling logisch voelt. Geen losse uitschieter, maar een lijn omhoog: steeds beter in rittenkoersen, steeds dichter bij de mannen die ertoe doen. In zijn eerste grote ronde blijft er natuurlijk onzekerheid. Maar voor zijn prijs en profiel is dat precies de charme. Als Rondel deze Giro niet breekt maar groeit, kan hij een van die namen worden die je achteraf overal terugziet in winnende Scorito-ploegen.
Scorito tips Giro 2026 – onze conclusie
Deze Giro lijkt op papier misschien minder extreem dan sommige andere edities, maar voor Scorito is hij juist verraderlijk mooi. Er zijn genoeg sprintkansen om snelle mannen serieus te nemen, genoeg tijdritkilometers om specialisten mee te wegen en genoeg bergetappes om klassementsmannen drie weken lang punten te laten stapelen.
De kern? Jonas Vingegaard is de veilige reus, Jonathan Milan de sprintmachine, Giulio Pellizzari de jonge must-have en Jay Vine de gevaarlijke koopman tussen hemel en berm. Daarachter begint het spel pas echt. Kies je voor zekerheid met Egan Bernal, Felix Gall, Santiago Buitrago of Michael Storer? Of durf je te gokken op goedkopere namen als Alessandro Pinarello, Mathys Rondel, Johannes Kulset, Filippo Zana en Alec Segaert?
Een goede Scorito-ploeg voor de Giro 2026 ruikt naar roze, maar ook naar risico. Je hebt puntenmachines nodig, maar ook ontdekkingen. Je hebt mannen nodig die drie weken blijven staan, maar ook renners die op één woensdagmiddag in de Apennijnen jouw hele pool kunnen openbreken.
Want dat is de Giro. Soms win je hem met de grote namen. Maar meestal win je hem met die ene renner die je koos toen de rest nog naar het prijzengeld keek.
Meer Giro?
Meer Giro 2026?
Na het lezen van de voorbeschouwing parcours Giro d’Italia 2026 meer lezen? Lees de Voorbeschouwing roze trui Giro d’Italia 2026! Of natuurlijk onze Giro Sporza Wielermanager en Scorito Tips Giro 2026!