Favorieten Milan Sanremo 2026: waar Pogačar weer op Van der Poel zal botsen
Milan Sanremo is de langste dag van het voorjaar, maar soms past de hele koers in één herinnering. In één beeld. Een witte regenboogtrui op de flanken van de Poggio. Een Nederlander die niet kraakt. Een Italiaan die zich vastbijt in iets wat eigenlijk te groot lijkt om vast te houden. En dan dat ene moment waarop de logica even stokt: niet Tadej Pogačar die nog eens aanzet, maar Mathieu van der Poel die zélf de knuppel in het voorjaar gooit. Zo bleef Milaan-San Remo 2025 hangen. Niet als een simpele overwinning van Van der Poel, maar als een klassieker waarin twee reuzen elkaar opnieuw tot de rand duwden en waar één van hen bewees dat zelfs een fenomeen soms weer mens kan worden gemaakt. Daarom kun je de favorieten voor Milaan-San Remo 2026 niet opschrijven zonder terug te gaan naar die zaterdag in maart 2025. Naar de Cipressa, waar Pogačar al begon te zagen aan de koers. Naar de Poggio, waar hij zijn hele repertoire op tafel legde. Naar de Via Roma, waar Van der Poel het afmaakte. Deze editie van La Primavera begint dus eigenlijk niet in Pavia, maar in de schaduw van wat er vorig jaar is gebeurd. Voorjaarsklassiekers.be presenteert de favorieten Milan Sanremo 2026!

De wet van Milan Sanremo
Milaan-San Remo win je niet door de sterkste renner van de dag te zijn. Je wint haar door 290 kilometer lang de juiste versie van jezelf te bewaren. Dat is het verraderlijke van La Primavera: de koers lijkt vlak, bijna vriendelijk, tot ze in het laatste uur haar ware gezicht toont. Dan moet alles tegelijk kloppen. Positionering op de Cipressa. Inhoud op de Poggio. Durf in de afdaling. En daarna, als er nog iemand naast je rijdt, ook nog de benen en het hoofd om te sprinten op de Via Roma.
Vroeger was San Remo vaker een koers voor sprinters die konden overleven. Nu is het steeds meer een koers voor renners die weigeren te wachten. Dat heeft vooral met één man te maken: Pogačar. Hij heeft van Milaan-San Remo geen afwachtend monument meer gemaakt, maar een wedstrijd waarin de lont al op de Cipressa kan branden. Alleen is er één probleem voor hem. Of eigenlijk één naam. Van der Poel is de renner die in 2025 liet zien dat je zelfs in Pogacars perfecte storm nog overeind kunt blijven.
De tweestrijd van 2025 als blauwdruk voor 2026
Wie de favorieten voor 2026 wil begrijpen, moet vooral kijken naar de manier waarop Milaan-San Remo 2025 uit elkaar viel. Pogačar deed wat iedereen verwachtte, maar dan harder. Hij reed niet alsof hij een kans wilde creëren, maar alsof hij de koers wilde dwingen om eindelijk eens zijn koers te worden. Op de Cipressa trok hij door. Geen halve versnelling, geen verkenning, geen waarschuwing. Gewoon geweld. Renners braken, groepjes scheurden los, en de koers werd eindelijk dat wat hij voor Pogačar al jaren had moeten zijn: een wedstrijd waarin de sterksten het onder elkaar uitvechten vóór de sprint.
Maar daar zat dus weer Van der Poel. Niet op karakter alleen, maar op iets wat misschien nog zeldzamer is: volledig koersbegrip. Hij wist dat Pogačar vroeg zou beginnen. Hij wist dat de Sloveen de Cipressa wilde gebruiken als hefboom. Hij wist ook dat volgen alleen niet genoeg is in een monument als dit. Dus volgde hij eerst. En toen hij op de Poggio voelde dat Pogačar alles eruit aan het rijden was, draaide hij de rollen om. Zijn aanval, op goed driehonderd meter van de top, was geen paniekreactie maar een meesterzet. Kort, hard, exact op het moment waarop Pogačar het minst een tegenstoot verwachtte.
Dat is waarom die editie van 2025 zoveel zegt over 2026. Niet alleen omdat Van der Poel won, maar vooral omdat hij won op de enige manier waarop je Pogačar in deze koers echt pijn kunt doen: door hem te laten geloven dat hij de regisseur is, en hem dan plots in zijn eigen film te verrassen. Dat maakt hun tweestrijd niet zomaar een duel tussen de twee besten van het voorjaar, maar een schaakspel op 45 per uur, met de Cipressa als openingszet en de Poggio als beslissende vraag.
Mathieu van der Poel is opnieuw de man die de code al kent
Als je deze koers al twee keer hebt gewonnen en in 2025 bovendien de meest wilde versie van Pogačar hebt overleefd én geklopt, dan begin je een jaar later vanzelf als topfavoriet. Mathieu van der Poel is voor Milaan-San Remo 2026 de renner met de minste vraagtekens. Hij heeft de motor om de koers hard te maken, de explosiviteit om op de Poggio te volgen of zelf te gaan, de stuurvaardigheid om van de afdaling een wapen te maken en de sprint om het af te maken als er nog twee of drie man over zijn.
Maar belangrijker nog: Van der Poel begrijpt deze koers. Hij begrijpt dat Milaan-San Remo geen wedstrijd is waarin je voortdurend moet tonen dat je de sterkste bent. Het is een koers waarin je heel lang moet verdragen, observeren, opslaan. Zijn zege van 2025 voelde daarom niet alleen als een fysieke prestatie, maar ook als een mentale. Hij liet Pogačar razen, hield stand en koos daarna precies het ene moment waarop verdedigen omsloeg in domineren. Wie hem in 2026 wil kloppen, moet dus niet alleen betere benen hebben, maar ook een beter gevoel voor timing. En dat is misschien wel de moeilijkste opdracht in het moderne voorjaar.

Tadej Pogačar maakt deze koers mooier en wreder tegelijk
Er is echter een verschil tussen topfavoriet zijn en de koers in handen hebben. Want als iemand in 2026 opnieuw de wedstrijd zal openbreken, dan is het Tadej Pogačar. Milaan-San Remo blijft het monument dat ontbreekt op zijn palmares, en juist daarom rijdt hij hier elk jaar alsof hij een slot probeert open te beuken. In 2025 kwam hij dichter dan ooit bij zijn ideale scenario. Hij brak de koers op de Cipressa open, kreeg op de Poggio de finale die hij wilde, maar trof opnieuw die ene renner die niet alleen kon volgen, maar ook durfde terug te slaan.
Dat maakt Pogačar in 2026 misschien wel nog gevaarlijker. Niet omdat hij per se sterker is geworden, maar omdat hij opnieuw een jaar heeft nagedacht over hetzelfde raadsel. Hij weet inmiddels dat alleen versnellen op de Poggio niet genoeg is. Hij weet ook dat zelfs de Cipressa, als die niet meedogenloos genoeg wordt gereden, nog ruimte laat voor een renner als Van der Poel om te herstellen en te reageren. Daarom moet hij de koers opnieuw vroeg openbreken en liefst nog harder. Met knechten als Isaac Del Toro en Florian Vermeersch heeft UAE ook de ploeg om van die finale weer een uitputtingsslag te maken.
Voor Pogačar geldt eigenlijk maar één wet: hoe eerder de koers brandt, hoe groter zijn kans. Zijn probleem is alleen dat die wet in 2025 óók gold, en dat hij tóén nog steeds niet won.

De derde man en de anderen die hopen op een scheurtje
Achter de grote twee hangt nog altijd het beeld van Filippo Ganna uit 2025. De Italiaan reed toen niet alleen sterk, hij reed bijna tegen de grenzen van het geloof in. Op papier hoorde hij te lossen op de Cipressa of de Poggio. In werkelijkheid bleef hij in leven, haakte hij aan en reed hij zichzelf bijna naar een historische zege. Daarmee werd hij meer dan een outsider. Hij werd het bewijs dat Milaan-San Remo soms toch nog ruimte laat voor een renner die de wetten nét anders interpreteert. Ganna is dus opnieuw een serieuze naam, zeker als hij weer die combinatie van inhoud, positionering en koppigheid meebrengt.
Wout van Aert blijft dan weer het profiel dat altijd logisch voelt voor San Remo. Hij kan klimmen, sprinten, dalen en overleven. Hij is gebouwd voor een koers waarin veel verschillende talenten samenkomen. Maar het eerlijke verhaal is ook dat Milaan-San Remo anno 2026 niet meer alleen vraagt om veelzijdigheid. Ze vraagt om een zeldzame vorm van absolute scherpte. De vraag bij Van Aert is dus niet of hij hier thuishoort, maar of hij in de beslissende minuten nog hetzelfde surplus kan oproepen als Van der Poel en Pogačar.
Daarachter volgen de renners die hopen dat de Grote Twee elkaar nét iets te lang aankijken. Tom Pidcock heeft de punch en het lef om op de Poggio mee te spelen. Romain Grégoire is zo’n renner die in een explosieve finale plots groter kan worden dan zijn reputatie. Jasper Philipsen en Kaden Groves blijven gevaarlijke kaarten als de koers toch weer net iets meer terugvalt richting sprintscenario. Christophe Laporte en Matthew Brennan zijn de types die in een nerveuze, rafelige finale ineens kunnen opduiken alsof ze de opening al de hele dag hebben zien aankomen.
Waarom Milan Sanremo 2026 opnieuw een duel belooft te worden
Natuurlijk blijft Milaan-San Remo de koers van de onzekerheid. Eén aarzeling aan de voet van de Cipressa, één slechte bocht in de afdaling, één seconde te ver van voren of te ver van achteren, en het verhaal kantelt. Toch voelt deze editie opnieuw alsof ze bovenal door twee mannen zal worden geschreven. Van der Poel omdat hij de code van San Remo al in zijn binnenzak lijkt te hebben. Pogačar omdat hij als geen ander weigert zich neer te leggen bij het idee dat deze koers hem niet zou liggen.
Misschien is dat wel het mooiste aan hun tweestrijd. Pogačar maakt de wedstrijd groter dan ze altijd was. Van der Poel maakt haar vervolgens weer menselijk, leesbaar, tastbaar. De een duwt de koers naar het onmogelijke. De ander bewijst dan dat het onmogelijke soms toch nog te beantwoorden valt. Dat was het verhaal van 2025. En dat is precies waarom de favorieten voor Milaan-San Remo 2026 niet zomaar een lijstje zijn, maar een vervolg op een roman die vorig jaar op de Poggio een onvergetelijk hoofdstuk kreeg.
De onzekerheid die bij de favorieten hoort
De favorietenlijst is ook hier nooit helemaal af in de week van de koers. Vorm schommelt, weer kan meespelen, en San Remo blijft een klassieker die pas laat haar kaarten op tafel legt. Maar de contouren zijn kraakhelder. Als Pogačar de Cipressa weer in brand zet, moet de rest niet alleen reageren maar ook durven denken voorbij zijn aanval. En als Van der Poel opnieuw overleeft tot de laatste honderden meters van de Poggio, dan weet iedereen wat dat betekent: dat de koers weer in zijn taal wordt geschreven.
Laatste tip voor de kijker
In onze Favorieten Milan Sanremo 2026 special nog één tip: wacht niet tot de Poggio om echt te gaan zitten. Vorig jaar begon de beslissende koers al op de Cipressa, in het moment waarop Pogačar weigerde nog langer mee te spelen met de oude wetten van San Remo. Daar begon ook het antwoord van Van der Poel. De Via Roma is alleen het slotbeeld. Het verhaal zelf begint eerder, ergens tussen de zee, het eerste nerveuze draaien en de wetenschap dat twee kampioenen opnieuw op weg zijn naar dezelfde helling.
Meer voorjaar?
Lees ook onze specials met het programma voorjaarsklassiekers 2026, de favorieten voorjaarsklassiekers 2026 en onze voorbeschouwingen per koers (lees hier de voorbeschouwing Strade Bianche 2026 of de voorbeschouwing Milan Sanremo 2026) of de favorieten specials per koers (favorieten Milan Sanremo 2026 en favorieten Strade Bianche 2026). En check vooral ook onze samenvatting van klassiekerspel tips (Scorito Klassiekerspel 2026 of de Sporza Wielermanager 2026) zodat je – welke spelregels dan ook – je vrienden gaat verslaan in de prachtige klassiekerspellen.