Favorieten In Flanders Fields 2026
Sommige koersen rijden niet alleen door een landschap, maar ook door het geheugen. In Flanders Fields 2026, de koers die vroeger gewoon Gent-Wevelgem heette en nu nog nadrukkelijker het Vlaamse land en zijn littekens wil omarmen, is zo’n wedstrijd. Hier waait de geschiedenis vaak dwars over de weg. Hier kan een sprint wachten aan het einde van de middag, maar net zo goed een slopende solo of een select groepje dat met modder aan de kuiten en zuur in de benen richting Wevelgem schuift. Het is een koers waarin macht en timing elkaar voortdurend bespieden. Wie deze wedstrijd wil winnen, moet meer kunnen dan alleen hard fietsen. Hij moet tegen wind kunnen rijden, tegen nervositeit kunnen ademen en op de Kemmelberg niet alleen sterk, maar ook wakker zijn. Dat maakt In Flanders Fields 2026 opnieuw tot een fascinerend schaakspel tussen klassieke grootheden en snelle mannen die hopen dat het geweld onderweg nét niet dodelijk blijkt. Voorjaarsklassiekers.be presenteert de Favorieten In Flanders Fields 2026!

Mathieu van der Poel is de man waar alles om draait
Als er één naam boven deze koers hangt, dan is het die van Mathieu van der Poel. Niet alleen omdat hij overal waar hij start de wedstrijd mee van vorm verandert, maar ook omdat In Flanders Fields nog ontbreekt op zijn palmares. Dat maakt hem gevaarlijk. Koersen die Van der Poel nog niet heeft gewonnen, krijgen vaak iets persoonlijks. Dan rijdt hij niet alleen tegen het peloton, maar ook tegen een leeg plekje in zijn erelijst.
Hij is het type renner dat deze wedstrijd in stukken kan slaan. In de wind, op de plugstreets, op de aanloop naar de heuvelzone of op de Kemmel zelf: overal kan hij de lucifer aansteken. Zijn motor is groot genoeg om ver uit te rijden, zijn punch scherp genoeg om op het beslissende moment te demarreren en zijn sprint sterk genoeg om ook een select groepje nog te verslaan. Juist dat maakt hem hier zo moeilijk te bestrijden. Je kunt hem niet laten rijden, maar je krijgt hem ook niet zomaar gelost.
Er zal bovendien iets van revanche in hem zitten. Tegen Mads Pedersen trok hij hier eerder al eens aan het kortste eind, en ook Milaan-San Remo zal nog in zijn lijf zitten. Zulke herinneringen maken Van der Poel zelden kleiner. Meestal maken ze hem alleen maar hongeriger.
Mads Pedersen blijft, zelfs met vraagtekens, een natuurlijke favoriet
Er zijn koersen die op het lijf geschreven lijken van een renner, alsof parcours en karakter ooit in dezelfde werkplaats zijn gesmeed. Voor Mads Pedersen is dat In Flanders Fields. Drie keer won hij hier al. Dat is geen toeval, maar een patroon. Wind, kracht, overlevingsdrang en daarna nog de sprint hebben om het af te maken: er zijn weinig renners in het peloton die dat recept zo volledig beheersen.
Zijn voorbereiding was verre van ideaal, met een gebroken sleutelbeen en pols na zijn val in de Ronde van Valencia. Daardoor hangt er wel een waas van onzekerheid om hem heen. Een vierde plaats in Milaan-San Remo bij zijn rentree was indrukwekkend, maar het blijft de vraag hoe snel iemand na zo’n onderbreking weer van wedstrijd naar wedstrijd top kan zijn. Toch zou het dom zijn om hem níét als topfavoriet te zien. Sommige renners hoeven niet honderd procent te zijn om hier nog steeds beter te zijn dan de rest.
Pedersen is bovendien het perfecte tussenfiguur in deze koers. Hij kan een aanval van ver dragen, maar ook een sprint uit een uitgedunde groep winnen. Dat maakt hem tactisch bijzonder waardevol. Als Lidl-Trek de koers hard maakt, voelt dat logisch. Als Lidl-Trek afwacht en mikt op een sprint met een kleine groep, voelt dat ook logisch. Weinig renners geven een ploeg zoveel scenario’s.
Wout van Aert hoort opnieuw in het eerste rijtje
Wout van Aert is in dit soort koersen bijna nooit een verkeerde voorspelling. Hij won hier al eens, hij kent de wedstrijd, kent de streek, kent de wind en kent de pijn die nodig is om een Vlaamse klassieker naar je hand te zetten. Zijn winter was opnieuw niet zonder zorgen, maar zijn optreden in Milaan-San Remo liet zien dat zijn niveau in stijgende lijn zit. Dat is voor Visma | Lease a Bike wellicht nog belangrijker dan de exacte uitslag.
Van Aert is hier extra interessant omdat hij niet per se de eerste moet zijn die iets forceert. Hij kan de koers lezen, wachten, reageren en in een klein groepje nog altijd een winnaar zijn. Hij is niet de pure explosie van Van der Poel, niet de rauwe dieselkracht van Pedersen, maar misschien wel de meest complete middenweg tussen die twee. In een editie waarin de wedstrijd niet volledig explodeert, maar wel voldoende hard wordt gemaakt om de pure topsprinters pijn te doen, komt Van Aert vanzelf bovendrijven.
Dat geldt overigens ook voor Christophe Laporte, mocht die zijn beste benen terugvinden. Hij is een renner die in de schaduw van grotere namen soms precies de juiste vrijheid krijgt. En in een koers als deze kan schaduw plots goud waard zijn.
Jasper Philipsen en Matthew Brennan zijn de snelste mannen met overlevingskansen
Niet elke sprint in Wevelgem is een klassieke massasprint. Vaak is het een sprint met gaten, met vermoeide benen en met snelle mannen die onderweg hebben moeten lijden om überhaupt nog mee te mogen doen. Dat is precies waarom Jasper Philipsen hier zo gevaarlijk is. Hij is meer dan een sprinter. Hij kan overleven, positioneren, incasseren en dan nog afmaken. Met een ploeg als Alpecin-Deceuninck om zich heen, en mogelijk zelfs met Van der Poel als luxe locomotief, is dat een bijzonder comfortabele uitgangspositie.
Philipsen is misschien wel de renner die het meest hoopt op een koers die half openbreekt. Niet te zwaar, niet te rustig. Net genoeg chaos om de pure sprinters te slopen, maar net niet genoeg om de klassiekermonsters solo te laten wegrijden. In zo’n wedstrijd wordt hij levensgevaarlijk.
Dat geldt in zekere zin ook voor Matthew Brennan, de jonge Brit die in Kuurne-Brussel-Kuurne al liet zien dat hij veel meer is dan alleen een talent voor later. Brennan heeft frisheid, lef en snelheid. Natuurlijk blijft het de vraag hoe hij uit ziekte terugkomt en hoe hij reageert op een koers van 240 kilometer, maar zijn profiel is gemaakt voor dit soort klassieke puzzels. Als hij de heuvelzone goed overleeft, kan hij zomaar in één klap van belofte naar hoofdrolspeler springen.
Jonathan Milan, Jordi Meeus en Tobias Lund Andresen hopen op een sprint met rafelranden
De categorie daar net achter is minstens zo interessant. Jonathan Milan heeft de macht en de snelheid om deze koers ooit te winnen, maar hij blijft afhankelijk van het script. Hij wil geen open oorlog op de Kemmel, geen spervuur van aanvallen op de lastige stroken richting Wevelgem. Hij wil een koers die zwaar genoeg is om veel concurrenten kwijt te spelen, maar gecontroleerd genoeg om zelf nog te kunnen sprinten. Dat kan. Zeker. Maar het moet wel passen.
Jordi Meeus voelt als zo’n renner die elk jaar iets meer in deze koers groeit. Niet altijd de luidste naam, wel vaak dicht bij het goede moment. Hij heeft de sprint, kan een harde dag overleven en voelt zich thuis in Vlaamse klassiekers waar er net genoeg chaos is om opportunisten naar voren te duwen.
En dan is er Tobias Lund Andresen, misschien wel de man met de interessantste opmars van dit voorjaar. Hij rijdt met zelfvertrouwen, met rendement en met een vormpeil dat je niet kunt negeren. Hij heeft nog niet het aura van de allergrootsten, maar koersen luisteren niet naar aura. Ze luisteren naar benen. En die lijken momenteel uitstekend.

De outsiders die van deze koers een hinderlaag kunnen maken
Wat In Flanders Fields altijd verraderlijk maakt, is dat deze wedstrijd vaak een paar renners omhoog duwt die perfect passen in het schemergebied tussen favoriet en outsider. Biniam Girmay is er daar één van. Een oud-winnaar, snel, taai, koersintelligent. Hij hoeft niet dominant aanwezig te zijn om toch ineens in de finale op te duiken. Hetzelfde geldt voor Paul Magnier, die misschien nog niet helemaal zeker is van zijn plaats in de hiërarchie van dit soort klassiekers, maar wel de punch en brutaliteit heeft om door te breken.
Daarnaast zijn er de aanvallers en de mannen die hopen op een chaotische finale: Jasper Stuyven, Filippo Ganna, António Morgado, Laurenz Rex, Alec Segaert, Mathias Vacek, Matteo Trentin en Florian Vermeersch. Dat zijn renners die niet willen wachten op een nette sprint, maar liever ergens onderweg de orde verstoren. Als de wind in de Moeren het peloton splijt of als de Kemmelberg de lont in het vat steekt, dan kunnen juist zij plots met een handvol seconden de finale binnenrijden.
Vooral Morgado blijft een naam om te onthouden. Hij heeft iets ongeduldigs, iets aanvallends, iets dat past bij koersen waarin durf soms meer waard is dan etiquette. En dat geldt eigenlijk voor deze hele wedstrijd.
Tenslotte: welke renners zijn in vorm en kunnen verrassen in Wevelgem?
Tenslotte vallen in de recente vormrangschikking ook Luca Mozzato, Max Kanter, Luke Lamperti, Pavel Bittner, Gianni Vermeersch en Michael Valgren op, renners die misschien niet bovenaan de favorietenlijsten staan, maar wel met degelijke benen aan deze klassieker lijken te beginnen. Kunnen zij een goede vorm doortrekken naar In Flanders Field 2026?
Wie zijn de grootste favorieten voor In Flanders Fields 2026?
Alles bij elkaar voelt deze koers als een botsing tussen drie logica’s. De eerste is die van de pure klassiekermacht, met Mathieu van der Poel, Mads Pedersen en Wout van Aert als belangrijkste namen. De tweede is die van de overlevende sprinter, met Jasper Philipsen, Matthew Brennan, Jonathan Milan en Jordi Meeus. De derde is die van de opportunist, de renner die profiteert van twijfel, wind of stilstand.
Op papier begint de favorietenlijst toch bij Van der Poel. Omdat hij de koers het hardst kan openbreken. Omdat hij het meest dwingend kan koersen. Omdat hij deze klassieker nog mist. Maar vlak daarachter staat Pedersen, juist omdat er weinig renners zijn die zo bewezen hebben dat deze wedstrijd hen ligt. Van Aert sluit het eerste rijtje, als man van de nuance, de inhoud en de mogelijke wederopstanding.
Daarachter schuiven Philipsen en Brennan naar voren als de snelste mannen die een harde editie aankunnen. Milan, Meeus en Lund Andresen vormen vervolgens de tweede sprintgolf, afhankelijk van hoe zwaar de wedstrijd echt wordt.
Onze favorieten voor In Flanders Fields 2026
Als we het nu zouden moeten rangschikken, dan komen we uit op dit gevoel: Mathieu van der Poel is de eerste naam. Daarna Mads Pedersen en Wout van Aert. Vervolgens Jasper Philipsen en Matthew Brennan. Daarachter Jonathan Milan, Jordi Meeus, Tobias Lund Andresen en Biniam Girmay.
Maar zoals altijd in deze koers geldt: de startlijst moet nog helemaal landen, de wind moet nog kiezen uit welke hoek hij komt en de Kemmelberg heeft nog niemand gesproken. En dat is precies waarom In Flanders Fields zo mooi blijft. Deze koers geeft je zelden wat je verwacht. Maar bijna altijd wel iets dat je onthoudt.
Meer voorjaarsklassiekers?
Na In Flanders Field schuift het voorjaar door richting de volgende hoogtepunten. De E3 Saxo Classic wacht al, waar de koers nog een versnelling hoger schakelt. Lees hier de voorbeschouwing: E3 Saxo Classic 2026 en ontdek de favorieten: Favorieten E3 Saxo Classic 2026.
Maar eerst is er nog Gent-Wevelgem 2026. Of beter gezegd: In Flanders Fields 2026. Van Middelkerke naar Wevelgem, door wind, koers en een landschap dat blijft vertellen.